Context
Luisteren naar intuïtieFascinatie voor architectuur en verwantschap met het gedachtegoed van Bauhaus (met name Jean Gorin en Theo van Doesburg) dringen zich in het werk van Wim Zorn nadrukkelijk op. De behoefte aan het ‘plannen en inrichten’ van een schilderij wordt in 2008 versterkt door een ontmoeting met Sergio Umberto Barbieri. De Italiaanse architect en docent aan de universiteiten van Milaan, Venetië en Delft plaatst zijn werk binnen het kader van de (binnenhuis)architectuur. Schilderen is voor Zorn een kwestie van zorgvuldig afwegen, ordenen, bouwen, weglaten en vereenvoudigen. Hij benadrukt de kracht van de beperking, zoals ook vertegenwoordigers van Minimal Art en Post-Painterly Abstraction uit de jaren ’60 en geestverwante fundamentele schilders uit de jaren ’70 van de vorige eeuw dat deden. Maar Zorn gaat een stap verder. Zijn schilderijen zijn deels concreet en formeel, maar daarnaast manifesteert zich in de huid en het verfgebruik ook een lyrische component waarmee hij afstand neemt van het analytische onderzoek naar de grondbeginselen van de schilderkunst. Om niet vast te lopen in de ultieme vereenvoudiging zoekt hij naar een subtiel evenwicht tussen het spontane en het bedachtzame. In zijn optiek heeft elk schilderij gelaagdheid nodig. Naast aandacht voor de specifieke rol van formaat, vlak, vorm, lijn, kleur, verfbehandeling, textuur en structuur, is de focus op het intuïtieve proces belangrijk. Zorn claimt alle vrijheid die een kunstenaar nodig heeft, maar hij is er tegelijk van doordrongen dat de weg naar een compleet schilderij hem dwingt tot het maken van artistieke keuzes. Hij luistert naar zijn intuïtie zonder de fascinatie voor degelijke constructies en composities uit het oog te verliezen. © Wim van der Beek |
Het atelier als kraamkamerAanvankelijk schildert Wim Zorn figuratief om te ontdekken of hij de techniek nog in de vingers heeft. Al snel steekt de behoefte aan vormvereenvoudigingen de kop op. In 2002 zet Hans Paalman (voormalig directeur van Stedelijk Museum Schiedam) hem op een ander spoor. De schilder laat het houvast van de werkelijkheid los en leert te vertrouwen op intuïtie en emotie. Zijn atelier is kraamkamer en laboratorium tegelijk. In zijn werkruimte schept hij een autonome wereld van materie, vorm en kleur, waarin ruimtelijke ervaringen samengaan met een lichamelijke uitstraling. De schilderijen manifesteren zich als verflichamen die de tastzin prikkelen. Het delicate aspect is altijd onderhuids aanwezig. Onregelmatigheden, ruwe huid en rafelige randen relativeren de strengheid van de vormentaal. De dialoog met de materie is in elke vezel voelbaar. Niet alleen bamboe maar ook textiel en glasvezel worden in de materieschilderijen verwerkt. De overgeschilderde materialen garanderen een doorleefde huid. Ze verlevendigen het beeld en ze suggereren organische processen. Alles draait om de ultieme combinatie van eenvoud, evenwicht, visuele spanning en het creëren van ruimte en rust. Voor het bereiken van dat artistieke doel zijn concentratievermogen, daadkracht en ongebondenheid onmisbare elementen. © Wim van der Beek |
